Op
weg met de Here God in een nieuw ontluikend seizoen
De afgelopen week hebben we twee nieuwe appelbomen in onze
achtertuin gekregen, want de appelbomen die in 1994 geplant waren droegen geen
vrucht meer. Een kenner vertelde ons dat bomenkwekers op een bestaande
onderstam vaak een snel vruchtdragende bovenstam enten die na verloop van tijd
uitgebloeid is. U begrijpt dat we nu gekozen hebben voor appelbomen die niet
ge-ent, maar uit één stuk zijn. Het zal nog wel een tijdje duren tot het zover
is, maar wij hopen dat deze nieuwe appelbomen nog lang blijvend vrucht zullen
dragen.
Ik vond het veelzeggend dat boomkwekers in onze tijd besmet
zijn met het virus van snel vrucht willen dragen, waarmee ook al zoveel andere
generatiegenoten getypeerd kunnen worden. Wist u dat er heel wat late
twintigers en dertigers met een burn-outachtige crisis geconfronteerd worden
doordat zich afvragen of ze wel succesvol genoeg geweest zijn? (De zg. quarterlife-crisis,
de dertigers- dip). Onze bomen lijken tot in de hemel te groeien, maar vruchten
worden er niet meer aan gevonden. De economische crisis is daarin m.i. veelzeggend.
Veel mensen hebben weinig tot geen toekomstperspectief meer. Kortstondig geluk
en plezier maskeren de onderliggende vruchteloosheid. En het spreekwoordelijke appeltje voor de
dorst is allang opgegeten.
Maar midden in dit landschap ontwaar ik een frisse
tegenbeweging bij jongeren en ouderen. Het is nog maar een kleine nieuwe boom, die
veel zorg en aandacht nodig heeft, maar hij heeft hele oude wortels. In de
woorden van de profeet Jesaja: ‘een twijgje uit de afgehouwen stronk’. Een
nieuw begin van iets hoopvols en duurzaams. Mensen bezoeken weer kloosters, het
vasten als levensstijl wordt weer gepraktiseerd, samenleven in woongroepen
krijgt weer aandacht, contemplatief bijbellezen gaat leven, bewust omgaan met
voedsel en energie krijgt meer aandacht. Studenten verdiepen zich in het leven van
de eerste heiligen. Het is de tijd van de nieuwe appelbomen van oude rassen die
op den duur rijke en blijvende vrucht zullen gaan dragen. (Kijkt u maar eens
bij www.beeliving.nl)
Guido Gezelle beschreef
het zo in de laat-19e eeuw:
Mij
spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft!
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft!
André Troost verwoordt dat zo in onze tijd:
Hoe teder heeft de Heer mij aangeraakt
en mij gestreeld als zuidenwind de bomen.
Zijn liefde heeft mijn luiken losgemaakt
zodat er volop licht kan binnenstromen;
Hij roept mij zacht en zo ben ik ontwaakt
en zie verbaasd wat mij is overkomen. (vers 1 uit Lied 289, Zingende Gezegend)
en mij gestreeld als zuidenwind de bomen.
Zijn liefde heeft mijn luiken losgemaakt
zodat er volop licht kan binnenstromen;
Hij roept mij zacht en zo ben ik ontwaakt
en zie verbaasd wat mij is overkomen. (vers 1 uit Lied 289, Zingende Gezegend)
En Jezus belooft tot op de dag van vandaag: Ik ben de ware
wijnstok en jullie zijn de ranken, wie in mij blijft, gelijk Ik in hem, die
draagt veel (blijvende) vrucht. (Johannes 15:5)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten