dinsdag, april 01, 2014

Op weg met de Here God in een nieuw ontluikend seizoen







Op weg met de Here God in een nieuw ontluikend seizoen

De afgelopen week hebben we twee nieuwe appelbomen in onze achtertuin gekregen, want de appelbomen die in 1994 geplant waren droegen geen vrucht meer. Een kenner vertelde ons dat bomenkwekers op een bestaande onderstam vaak een snel vruchtdragende bovenstam enten die na verloop van tijd uitgebloeid is. U begrijpt dat we nu gekozen hebben voor appelbomen die niet ge-ent, maar uit één stuk zijn. Het zal nog wel een tijdje duren tot het zover is, maar wij hopen dat deze nieuwe appelbomen nog lang blijvend vrucht zullen dragen.

Ik vond het veelzeggend dat boomkwekers in onze tijd besmet zijn met het virus van snel vrucht willen dragen, waarmee ook al zoveel andere generatiegenoten getypeerd kunnen worden. Wist u dat er heel wat late twintigers en dertigers met een burn-outachtige crisis geconfronteerd worden doordat zich afvragen of ze wel succesvol genoeg geweest zijn? (De zg. quarterlife-crisis, de dertigers- dip). Onze bomen lijken tot in de hemel te groeien, maar vruchten worden er niet meer aan gevonden. De economische crisis is daarin m.i. veelzeggend. Veel mensen hebben weinig tot geen toekomstperspectief meer. Kortstondig geluk en plezier maskeren de onderliggende vruchteloosheid.  En het spreekwoordelijke appeltje voor de dorst is allang opgegeten.

Maar midden in dit landschap ontwaar ik een frisse tegenbeweging bij jongeren en ouderen. Het is nog maar een kleine nieuwe boom, die veel zorg en aandacht nodig heeft, maar hij heeft hele oude wortels. In de woorden van de profeet Jesaja: ‘een twijgje uit de afgehouwen stronk’. Een nieuw begin van iets hoopvols en duurzaams. Mensen bezoeken weer kloosters, het vasten als levensstijl wordt weer gepraktiseerd, samenleven in woongroepen krijgt weer aandacht, contemplatief bijbellezen gaat leven, bewust omgaan met voedsel en energie krijgt meer aandacht. Studenten verdiepen zich in het leven van de eerste heiligen. Het is de tijd van de nieuwe appelbomen van oude rassen die op den duur rijke en blijvende vrucht zullen gaan dragen. (Kijkt u maar eens bij www.beeliving.nl)

Guido Gezelle beschreef het zo in de laat-19e eeuw:

Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft!
André Troost verwoordt dat zo in onze tijd:

Hoe teder heeft de Heer mij aangeraakt
en mij gestreeld als zuidenwind de bomen.
Zijn liefde heeft mijn luiken losgemaakt
zodat er volop licht kan binnenstromen;
Hij roept mij zacht en zo ben ik ontwaakt
en zie verbaasd wat mij is overkomen. (vers 1 uit Lied 289, Zingende Gezegend)

En Jezus belooft tot op de dag van vandaag: Ik ben de ware wijnstok en jullie zijn de ranken, wie in mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel (blijvende) vrucht. (Johannes 15:5)

Geen opmerkingen: